sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij Kennisbank ATEX

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de ATEX kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement vanaf € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op ATEX

“ De ATEX boeken hielpen me al goed op weg, maar met de Kennisbank ATEX zijn antwoorden, oplossingen en tools altijd en overal beschikbaar ”
 

H. Vlottes, directeur Vlottes Electromechaniek
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: ​088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Bepalen van de inspectiefrequentie

Bij het bepalen van de inspectiefrequentie van elektrische installaties zijn de volgende normen te hanteren:

  • de NEN-EN 50110 en NEN 3140;
  • de NEN 1010-6;
  • de NEN-EN-IEC 60079-17.

 

De inspectiefrequentie van de bestaande en nieuwe elektrische installatie die binnen het explosiegevaarlijke gebied is gesitueerd, moet worden bepaald door de NEN-EN-IEC 60079-17.

 

De inspectiefrequentie van de bestaande elektrische installatie die buiten het explosiegevaarlijke gebied is gesitueerd, zal worden bepaald door de NEN-EN 50110 en NEN 3140. Zie voor verdere informatie de Kennisbank NEN 3140.

 

In de nieuwe NEN 1010 is in deel 6 eveneens de bepaling van de inspectie van de elektrische installatie opgenomen. Voor de bepaling van de inspectiefrequentie zijn slechts informatieve bijlagen ter beschikking. De hoofdbepaling is gebaseerd op een inspectie frequentie met een passende regelmaat. Zie voor verdere informatie de kennisbank NEN 1010.

 

Voor een compleet beeld van de bepaling van de inspectiefrequentie binnen een explosiegevaarlijke gebied, wordt in de volgende paragrafen het een en ander toegelicht rond de genoemde normen. Daarnaast wordt uitvoerig ingegaan op de inspectie van het explosie veilige materieel in de gevaarlijke gebieden.

Inspectiefrequentie volgens NEN-EN-IEC 60079-17

Met betrekking tot ruimten met gasontploffingsgevaar moet voor bestaande elektrische installaties de tijd tussen twee opeenvolgende inspecties worden vastgesteld, het inspectie-interval. Volgens de NEN-EN-IEC 60079-17 moet het inspectie-interval in ruimten met gasontploffingsgevaar worden vastgesteld afhankelijk van de uitvoeringsvorm van de handleiding van de fabrikant , de zone en voorgaande inspecties.

 

Volgens de NEN 3140 moet de installatieverantwoordelijke het inspectie-interval vaststellen. In de NEN-EN-lEC: 60079-17 is aangegeven dat een technische persoon met leidinggevende functie hiervoor verantwoordelijk is.

Inspectiefrequentie van vaste installaties

Het inspectie-interval van de vaste elektrische installatie kan aan de hand van de vijf onderstaande aspecten worden bepaald.

  • de handleiding van de fabrikant;
  • de bevoegde instanties (gezag);
  • de uitvoeringsvorm van het materieel;
  • het conditieverloop van elektrisch materieel, leidingen en het bijbehorende van leidingen;
  • de zone-indeling;
  • de resultaten van eerdere inspecties.


Van conditieverloop van elektrisch materieel, leidingen en het bijbehorende van leidingen is sprake als ze:

  • gevoelig zijn voor corrosie;
  • blootgesteld worden aan chemicaliën en oplosmiddelen;
  • blootgesteld worden aan te sterk afwijkende omgevingstemperaturen;
  • blootgesteld worden aan te sterke trillingen;
  • wordt gebruikt door personeel met onvoldoende opleiding en ervaring.


Tevens is er sprake van conditieverloop van elektrisch materieel, leidingen en bijbehoren van leidingen als erin en/of erop de kans bestaat op:

  • stof- en vuilophoping ;
  • binnendringen van water;
  • mechanische beschadigingen;
  • niet-toegelaten wijzigingen of afstellingen;
  • ondeugdelijk onderhoud.

 

De inspectie-interval tussen twee opeenvolgende inspecties van vaste installaties mag zonder advies van een expert niet meer bedragen dan 3 jaar bedragen. Als men de centraal vastgestelde tijd tussen twee opeenvolgende inspecties wil reduceren, kan men met de resultaten van een steekproefsgewijze, gedetailleerde inspectie bepalen of zo’n reductie verantwoord is. Wanneer eenmaal een tijd tussen twee opeenvolgende inspecties is vastgesteld, moet de installatie worden onderworpen aan tussenliggende steekproefsgewijze inspecties ter ondersteuning of wijziging van het voorgestelde inspectie-interval. Tevens is een regelmatige toetsing van de inspectieresultaten nodig om te bepalen of het inspectie-interval juist is.

Inspectiefrequentie van niet-plaatsgebonden elektrisch materieel

De inspectie-interval van niet-plaatsgebonden elektrisch materieel mag zonder advies van een expert niet meer bedragen dan 1 jaar. Hierbij moet het niet-plaatsgebonden elektrisch materieel volgens de inspectieklasse “nauwkeurig” worden geïnspecteerd. Als het niet-plaatsgebonden elektrisch materieel gevoelig is voor beschadiging of verkeerd gebruik, zoals draagbaar, verplaatsbaar en handgereedschap, moet de inspectie-interval tussen twee opeenvolgende inspecties worden gereduceerd.

 

De inspectie-interval van niet-plaatsgebonden elektrisch materieel met afdichtingen die regelmatig worden geopend, zoals batterijbehuizingen mag zonder advies van een expert niet meer bedragen dan ½  jaar. Hierbij moet het niet-plaatsgebonden elektrisch materieel volgens de inspectieklasse “gedetailleerd” worden geïnspecteerd.

 

Om te waarborgen dat het niet-plaatsgebonden elektrisch materieel niet zichtbaar is beschadigd, moet de gebruiker het materieel voor gebruik visueel controleren op beschadigingen. 

Gerelateerde Veelgestelde vragen